4 verschillende ruitervoorkeuren types
De verschillende ruitervoorkeuren
Iedere ruiter heeft een eigen manier van bewegen, leren en informatie verwerken. Binnen het concept Ruitervoorkeuren worden vier hoofdrichtingen onderscheiden. Deze voorkeuren zeggen niets over goed of fout rijden, maar geven inzicht in wat voor jou natuurlijk voelt en wat meer energie kost.
Op deze pagina lees je de kenmerken per ruitervoorkeur en hoe deze zich kunnen uiten in het paardrijden.
In het zadel herken je dit aan
- Lichte asymmetrie naar rechts
- Controle teugel tussen pink- en ringvinger
- Bovenlichaam start de beweging naar voren
- Kleine lichaamsspieren
- Handen makkelijker een stukje van je af
-
Draaien vanuit heupen
- Scherpe blik op 1 punt
Valkuilen voor dit type ruiter zijn:
- te statisch zitten/bewegen
- teveel spanning in onderarmen en hierdoor in schouders
- minder makkelijk overweg kunnen met langdurige druk
- constante verbinding voelen is lastig
- teveel spanning in kuiten geeft een minder afhangend been
- te weinig stabiliteit onderarm geeft een onrustige hand
- te ver voorover blijven zitten
- te weinig gebruik maken van heup en bekken
- soms te hoog uit het zadel komen tijdens lichtrijden
In het zadel herken je dit aan
- Lichte asymmetrie naar links
- Controle teugel tussen pink- en ringvinger
- Bovenlichaam start de beweging naar voren
- Grote lichaamsspieren
- Handen liever iets dichterbij
-
Draaien vanuit schouders
- Kijken met een brede blik
Valkuilen voor dit type ruiter zijn:
- te groot bewegen en hierdoor niet mee zitten
- teveel spanning in bovenarmen en hierdoor in schouders
- kunnen goed overweg met langdurige druk op handen en benen
- teveel aanspanning geeft een zwaardere en meer langdurige druk
- kleine hulpen geven is lastig, tenzij ze dit gaan linken aan de kleine spieren
- spanning in bovenbeen zorgt voor een minder afhangend been
- te weinig stabiliteit bovenarm geeft een onrustige hand
- te ver voorover blijven zitten
- te weinig gebruik maken van heup en bekken
- soms te hoog uit het zadel komen tijdens lichtrijden
In het zadel herken je dit aan
- Controle teugel tussen duim- en wijsvinger
- Onderlichaam start de beweging naar voren
- Kleine lichaamsspieren
- Handen makkelijker een stukje van je af
-
Draaien vanuit schouders
- Scherpe blik op 1 punt
Valkuilen voor dit type ruiter zijn:
- te statisch zitten/bewegen
- teveel spanning in onderarmen/schouders
- minder makkelijk overweg kunnen met langdurige druk
- constante verbinding voelen is lastig
- teveel spanning in kuiten geeft een minder afhangend been
- te weinig stabiliteit onderarm geeft een onrustige hand
- te ver achterover zitten
- achter de beweging aan komen en te groot bewegen om wel mee te kunnen zitten
In het zadel herken je dit aan
- Controle teugel tussen duim- en wijsvinger
- Onderlichaam start de beweging naar voren
- Grote lichaamsspieren
- Handen liever iets dichterbij
-
Draaien vanuit heupen
- Kijken met een brede blik
Valkuilen voor dit type ruiter zijn:
- te groot bewegen en hierdoor niet mee zitten
- teveel spanning in bovenarmen en hierdoor in schouders
- kunnen goed overweg met langdurige druk op handen en benen
- teveel aanspanning geeft een zwaardere en meer langdurige druk
- kleine hulpen geven is lastig, tenzij ze dit gaan linken aan de kleine spieren
- spanning in bovenbeen zorgt voor een minder afhangend been
- te weinig stabiliteit bovenarm geeft een onrustige hand
- te ver achterover zitten
- achter de beweging aan komen en te groot bewegen om wel mee te kunnen zitten
Alle informatie op deze pagina komt van de website en opleidingen van Ruitervoorkeuren, ontwikkeld door Suzanne Heemskerk.